Wat zijn vragen van de Raad? In het reglement van orde van de Raad staat: Artikel 40 - Schriftelijke vragen 1. Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen. . De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of ondelinge beantwoording wordt verlangd. 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden, de burgemeester en het college worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder gevalb innen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge eantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien eantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn, waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad medegedeeld. 6. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 20 aan de leden van de raad toegezonden. 7. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde aadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende nderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. |